Blogs in de categorie Reizen

Door toeval raakte in februari een week embedded bij een studiereis van Oikocredit naar de effecten van verstrekte microkredieten in India. Het was heel leerzaam eens ter plekke te zien hoe zo’n krediet nou werkt. Dit is de vijfde van vijf verslagen.

De Shanty Dan Colony is een gemeenschap waar voormalige leprapatiënten terugkeren in de maatschappij. Dezer dagen komen er weinig ex-patiënten meer bij, al is lepra nog verre van uitgeroeid in India. In Shanty Dan wonen 35 gezinnen. De meeste inwoners zijn van de tweede en derde generatie, die de ziekte nooit gehad hebben.

Lees meer Microkrediet (5): de leprakolonie

Door toeval raakte in februari een week embedded bij een studiereis van Oikocredit naar de effecten van verstrekte microkredieten in India. Het was heel leerzaam eens ter plekke te zien hoe zo’n krediet nou werkt. Dit is de vierde van vijf verslagen.

Meer mensen in India hebben een mobiele telefoon dan een toilet. Twee derde moet zijn behoefte in het openbaar doen. Een kwart van de bevolking heeft geen elektriciteit. De rest heeft een onbetrouwbare voorziening. Met name het aanpakken van water en riolering vormen een topprioriteit voor de nieuwe regering. In augustus dit jaar moeten alle scholen in het land een toilet hebben.
Lees meer Microkrediet (4): toiletten en lampen

Door toeval raakte in februari een week embedded bij een studiereis van Oikocredit naar de effecten van verstrekte microkredieten in India. Het was heel leerzaam eens ter plekke te zien hoe zo’n krediet nou werkt. Dit is de derde van vijf verslagen.

De meeste microkredietverstrekkers zijn van oorsprong ngo. Hun missie is het verbeteren van de leefomstandigheden onder het armste deel van de (rurale) bevolking. Op een gegeven moment werd kredietverstrekking een van de instrumenten daartoe. Het belang van dit instrument nam steeds verder toe. Tegelijkertijd leidde het wereldwijde overschot aan liquiditeit voorafgaand aan de economische meltdown ertoe dat ook in de Indiase microkredietsector teveel geld gepompt werd door winstbeluste en/of onervaren organisaties. Die bom barstte in 2010.
Lees meer Microkrediet (3): van ngo naar financiële instelling

Door toeval raakte in februari een week embedded bij een studiereis van Oikocredit naar de effecten van verstrekte microkredieten in India. Het was heel leerzaam eens ter plekke te zien hoe zo’n krediet nou werkt. Dit is de tweede van vijf verslagen.

Gevraagd naar de voordelen die het microkrediet haar gebracht heeft, zegt de leidster van de vrouwengroep Omm Sairam uit het dorp Kantunia beslist: ‘We waren afhankelijk van onze echtgenoten, maar nu hebben we een eigen inkomen. We dragen bij aan het huishouden.’

Dat argument is vrijwel universeel voor alle vrouwengroepen die een microkrediet hebben genomen om een bedrijfje te starten: het maakt hen onafhankelijker. Dat is van groot belang in een land waar de vrouw bij haar schoonfamilie gaat wonen, waar ze onderaan de zeggenschapsladder belandt. Microkredieten gaan eigenlijk alleen maar naar groepen vrouwen, omdat die betrouwbaarder zijn bij het terugbetalen. Ongetrouwde vrouwen kunnen meestal geen lid worden, omdat ze bij uithuwelijking verhuizen en dan hun verplichtingen aan de groep niet meer kunnen nakomen.

Lees meer Microkrediet (2): de klanten

Door toeval raakte ik in februari een week embedded bij een studiereis van Oikocredit naar de effecten van verstrekte microkredieten in India. Het was heel leerzaam eens ter plekke te zien hoe zo’n krediet nou werkt. Dit is de eerste van vijf verslagen.

Internationale geldverstrekkers als Oikocredit gaan niet zelf in India de dorpen langs om hun kredieten aan de man te brengen. Ze gaan duurzame relaties aan met lokale partners, die geworteld zijn in het gebied dat ze bedienen. De doelgroep heeft zelf nauwelijks transportmogelijkheden, dus is er een fijnmazig netwerk van kantoren. En zo bevond ik mij op een woensdagochtend in Delang, een dorpje op twee uur rijden van Bhubaneshwar, de hoofdstad van de staat Odisha, een van de armste van India.

Lees meer Microkrediet (1): de lange keten

Iedere ervaren backpacker heeft het wel eens meegemaakt: je hangt een beetje rond in de lobby van je hostel, als er plotseling een Israëlische bezettingsmacht binnenvalt. Ze zijn meestal met z’n zessen of achten. Twee mannen blijven posten bij de voordeur, terwijl een ander tweetal bij de balie begint te onderhandelen over de kwantumkorting. Twee vrouwen pluggen de gettoblaster in en beginnen met het vertalen van de bordjes in het Ivriet. Er wordt heen en weer geschreeuwd. De blikken staan allemaal op onweer, dus je kijkt wel uit om er wat van te zeggen, maar je weet: dit hostel is niet langer van jou. In landen als Peru en Thailand zie je daarom regelmatig bordjes ‘Verboden voor Israëli’s’ en de Lonely Planet van Chili heeft Israëlische backpackers zelfs opgenomen als een lokale pest.

Maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Er zijn namelijk ook leuke Israëli’s. Daniel ontmoette ik aan de rand van een gletsjer op Vuurland. Hij was met blote handen bezig een sneeuwhelling van een graad of vijfenveertig te beklimmen, omdat hij wilde zien wat daarboven was.

Lees meer Een Israëli op Vuurland

Met volle bepakking stommel ik door de trein, op zoek naar een plekje. De meeste coupés zijn vol, de mensen hebben zich geïnstalleerd voor de nachtelijke rit. Ik begin al wat op mezelf te schelden, ik had niet zo lang in de stationshal moeten blijven hangen, babbelend met een Deen die op de bus wachtte. Drie wagons later heb ik geluk: een coupé met maar één inzittende, een man van in de veertig. Ik stap binnen, vraag voor de vorm of ik erbij mag. Twee geschrokken ogen staren me aan.

Hier is snelle actie geboden besef ik. Ik zet mijn rugzak neer en steek mijn hand uit. “Ik ben Christian, ik kom uit Nederland.”

“Immanuel.”

Dit is Zuid-Afrika, een paar jaar na de apartheid. Hier stapt een blanke niet zomaar een coupé binnen met een zwarte erin. Eigenlijk horen zwarten ook in de derde klasse, niet in de tweede. Vroeger mochten ze er niet in, nu kunnen ze het niet betalen. Immanuel werkt al zijn leven lang bij de spoorwegen, op het station van Pietermaritsburg. Daarom heeft hij het recht tweede klas te reizen.

Lees meer Wat moeten we als Mandela doodgaat?

1236

Drie weken zonder internet, ik kan het iedere blogger aanbevelen. Eerst heb je nog wat afkick-verschijnselen, met name een onrustig gevoel dat je je verplichting jegens je lezers zou verzaken, maar al gauw besef je dat die je helemaal niet zo missen.

Enfin, ik zit weer achter mijn bureau en kan het toch niet laten. Het nieuwe seizoen begint als altijd met een nieuwe skin voor de site, lekker fel blauw. Wie dat niet bevalt, kan natuurlijk terugschakelen naar de gedekte kleuren van eerdere jaren. Er staan ook wat nieuwe reisfoto’s op de site.

Winkelparadijs Andorra

Of ik mijn rugzak wilde uitpakken. Nee, niet een klein beetje, helemaal. De Franse douanebeambte deed het even voor, binnen de kortste keren lag mijn vuile was op de stoep van de grenspost. Laat niemand denken dat de grens tussen Andorra en Frankrijk geen serieuze zaak is. Tientallen flessen belastingvrije Pernod worden er dagelijks in beslag genomen, en zeker zoveel sigaretten, schat ik in.

In de zomer is Andorra ook een prima uitvalsbasis voor bergwandelingen. Lekker iedere avond terug naar je driesterrenhotel voor veertig euro per nacht. En, mocht je daar behoefte aan hebben, ongestraft meer Pernod kopen dan de Franse douane betamelijk acht.

1232

Na een tocht van bijna twaalf uur uit Porto Torres, Sardinië, kristalliseerde Barcelona gisteren aan het begin van de avond langzaam uit het tegenlicht. Eerst twee hoge torens, daarna een skyline met nog meer wolkenkrabbers en een kabelbaan en, als je goed keek, de ranke staken van La Sagrada Familia.

Toen begon het schip te wijken, naar het zuiden, het gruizige industriële havengebied, dat voor de stad verborgen gehouden wordt doordat Montjuic ertussen ligt. Ik voelde me bekocht. Op mijn ticket stond toch duidelijk dat ik naar Barcelona gebracht zou worden, niet naar de plaatselijke Botlek. We voeren de petroleum- en containerhaven binnen.

Daar gebeurde iets wonderlijks. We voeren door, terug naar de stad, binnendoor langs Montjuic, tot we alsnog aan de rand van de binnenstad belandden en ik vanaf het achterplecht Las Ramblas bijna zien kon. Niet zo mooi als een rechtstreekse intocht, maar nog altijd stukken beter dan Athene, waar de scheepganger in een troosteloze haven wordt losgelaten en dan nog een half uur bezig is om zich naar de stad te worstelen. Dan kun je net zo goed niet met de boot gaan.