Resultaten voor de categorie Film

The Rescue: eenvoudig maar nagelbijtend

Het is een standaard opgebouwde documentaire: interviews met betrokkenen, historische beelden en een paar nagespeelde scenes. Je weet hoe het afloopt: de twaalf jongetjes en hun coach worden gered uit de diepe grot in Thailand. Toch zit je twee uur lang met een adrenalinekick in je bioscoopstoel te kijken naar The Rescue. Dat komt door het hoofdverhaal, de schier onmogelijke reddingsoperatie. Tegelijkertijd krijg je mooie psychologische en sociologische doorkijkjes.

Wat mij indertijd het meest bevreemdde: waarom moesten er nou weer westerse duikers aan te pas komen en waarom moest de documentaire om hen draaien? Er zijn in Thailand ongetwijfeld ook goede duikers. Dat raadsel wordt meteen in het begin van de film opgelost. Grotduiken is een extreem specialisme, waartoe een bepaald soort mannen zich aangetrokken voelt: eenzaam, vaak gepest op school, een flink eind in het autistische spectrum. Zij zijn in staat om in een claustrofobische, aardedonkere omgeving volstrekt methodisch te werk te blijven gaan. Het was slikken voor de getrainde jonge mannen van de Thaise marine, maar zij bezaten niet de vaardigheden van het groepje buitenlanders van middelbare leeftijd.

Lees verder The Rescue: eenvoudig maar nagelbijtend

The French Dispatch slaat de plank mis

Gaandeweg The French Dispatch bekruipt de kijker het gevoel dat de naam van het stadje waar de film zich afspeelt, Ennui sur Blasé, ook iets zegt over de gemoedstoestand van regisseur Wes Anderson tijdens het maken ervan. Anderson trekt de lijn door die hij bij Grand Budapest Hotel insloeg. Alle aandacht gaat uit naar het visueel perfectioneren van de individuele scènes. Het verhaal komt er bekaaid vanaf.

De ontwikkeling van Wes Anderson doet me denken aan die van Quentin Tarantino. Ook de laatste kreeg na een aantal briljante films de vrije hand en een groot budget, dat hij verkwanselde om onsamenhangende films (het Kill Bill duo) te maken die slechts dienden als vehikel om een obsessie uit te leven. Zonde van het talent. Hopelijk komt het nog goed.

Dear Comrades: interessant maar vlak

Tegelijkertijd met de gebeurtenissen in The Courier speelde zich elders in de Sovjet Unie een ander drama af, namelijk de in bloed gesmoorde staking van Novotsjerkassk. Arbeiders legden in die stad het werk neer uit ontevredenheid over prijsverhogingen en productiequota. Er vielen tientallen doden. Pas na de val van de Sovjet Unie mocht erover gepraat worden en kregen de doden een fatsoenlijk graf.

De film Dear Comrades beschrijft de gebeurtenissen vanuit het oogpunt van een van de partijbonzen uit de stad, wier dochter zich aansluit bij de staking. Er zijn vier dingen die ze niet kan geloven: dat de partij de prijsverhogingen doorvoert, dat de arbeiders staken, dat KGB en leger daarop met geweld reageren, en dat haar dochter daarbij omkomt. De groeiende vertwijfeling is mooi in beeld gebracht.

Minder waarschijnlijk is het tweede deel van de film, waarin de vrouw op zoek gaat naar haar vermiste dochter in gezelschap van een KGB-officier die bereid is zijn leven in de waagschaal te stellen voor een vrouw die hij nauwelijks kent. En dan volgt er ook nog een melodramatisch slot, dat van een menselijk drama een feelgood movie probeert te maken.

The Courier biedt aangenaam vermaak

The Courier is de verfilming van het waargebeurde verhaal over een Britse zakenman die tijdens de koude oorlog wordt ingeschakeld om documenten over de plaatsing van kernwapens op Cuba, afkomstig van een mol in het Russische veiligheidsapparaat, naar het westen te smokkelen.

Dat het niet helemaal goed afloopt weet je dus bij het begin al, maar regisseur Dominic Cooke weet er niettemin een spannende film van te maken. Het acteerwerk is keurig op orde, maar niet meer dan dat. Benedict Cumberbatch speelt de rol die hij altijd speelt, namelijk die van ongenaakbare man met een uitdrukkingsloos gezicht. Merab Ninidze, als de sovjet-overloper, legt meer gevoel in zijn spel, zonder te overdrijven. Kortom, The Courier is goed voor een avond aangenaam vermaak.

Dune, nogal een deceptie

Allicht waren mijn verwachtingen wat te hoog gespannen, want regisseur Denis Villeneuve had met zijn vorige film, Blade Runner 2049, een verpletterende indruk op me gemaakt, maar ik kwam behoorlijk teleurgesteld de bioscoop uit na het zien van Dune, zijn verfilming van Frank Herberts science fiction klassieker. Bordkartonnen karakters, een plot van likmevestje, tot het uiterste opgezwollen muziek en matige visuele effecten. Ik kon helemaal niks bedenken waarvan ik onder de indruk was.

Ja, ik weet dat Dune (het boek) een belangrijke inspiratiebron voor Star Wars is geweest. Maar die films zijn er nu eenmaal, en als je dan het boek verfilmt, weet je dat de vergelijking gemaakt gaat worden (in elk geval met de eerste drie Star Wars films uit de jaren zeventig). Luke Skywalkers training om de messias te worden is dieper doordacht dan die van Paul Atreides. Darth Vader is een interessantere slechterik. Er zit wat humor in. De muziek van John Williams is iconisch. En de duinen van Dune zagen we ook al op Tatooine, inclusief zandmonsters.

Nog één detailpuntje en dan stop ik met zeiken. Er wordt een hele scène uitgetrokken om uit te leggen dat Dune zo droog is dat je er een pak moet dragen om alle lichaamsvocht vast te houden. Vervolgens gaan de helden blootshoofds de woestijn in (zie foto), waarbij ze niet alleen een enorme hoeveelheid vocht uitademen, maar ook nog slangetjes in hun neus hebben die helemaal nergens naartoe gaan. Leg dan niks uit. Heel jammer allemaal, want Villeneuve liet eerder dus zien dat hij wel degelijk andermans klassieker kan nemen en daar op een intelligente, overdonderende manier op voortborduren.

Onoda: absurde, komische en ontroerende film

Drie uur lang kijken naar twee verwarde Japanse soldaten die na 1945 nog bijna dertig jaar de oorlog voortzetten op een Philippijns eiland – ik moest me er even overheen zetten, maar werd beloond met een prachtfilm over de kameraadschap tussen luitenant Hiroo Onoda en zijn secondant Kinshichi Kozuka. Zij krijgen in de nadagen van de oorlog de waargebeurde opdracht om een guerilla voor te bereiden op het eiland Lubang in afwachting van de terugkomst van het Japanse leger. Die opdracht wordt nooit teruggetrokken, dus zij blijven op hun post.

Dat absurde gegeven leidt tot absurde scènes, maar ultiem is dat niet waar de film over gaat. Wanneer de omstandigheden eenmaal een feit zijn, blijven er twee mannen over die in isolatie proberen te overleven, volledig op elkaar aangewezen, strijdvaardig maar ook bang voor ontdekking, omdat dit hun opdracht in gevaar zou kunnen brengen.

Na de dood van Kozuka in een schermutseling met eilandbewoners moet Onoda het in zijn eentje rooien, tot men zijn commandant uit de oorlog opspoort om hem het bevel te verstrekken zich alsnog over te geven. Het hoogtepunt van de film, een scène die tegelijkertijd intens smerig en liefdevol is, is dan al lang geweest. Toch leef je als kijker tot het laatst mee met Onoda, wiens leven bijkans voorbij gegaan is als een zinloos ritueel. Die zinloosheid daalt in bij de overgave. Het is dat hij daadwerkelijk nog gevaarlijk was, anders zou het hem vergund zijn geweest tot in lengte van dagen de trotse buitenpost van het keizerlijke leger te zijn.

The Father, geslaagd op twee fronten

Met een topacteur als Anthony Hopkins kun je een film laten slagen puur op het acteerwerk. En Hopkins is in vorm in The Father, als een dementerende man. Alleen al met zijn ogen is hij fenomeel, de doffe blik van de verwarring, de twinkeling als hij ineens een idee krijgt, de verontwaardiging wanneer iemand zijn herinneringen afwijst.

Maar regisseur en scenarist Florian Zeller doet meer dan alleen registreren hoe de vader steeds meer de weg kwijt raakt en de dochter (ook mooi neergezet door Olivia Colman) steeds onzekerder wordt of zij de verzorging nog wel aankan. Door het verhaal niet lineair te vertellen, op een manier die in de verte aan het werk van Christopher Nolan doet denken (maar dan subtieler), trekt hij de kijker zowel in het perspectief van de vader als van de dochter mee.

Kortom, dit is een op twee fronten geslaagde film. Alle prijzen dubbel en dwars verdiend.

Indringend en verbijsterend: Quo Vadis, Aida?

Natuurlijk weet je hoet het gaat aflopen in Quo Vadis, Aida?, de film over de genocide van Srebrenica. De mannen worden allemaal afgevoerd en vermoord. De film volgt Aida Selmanagic, tolk in dienst van de Nederlanders, die min of meer in paniek rondrennen en niets beters weten te doen dan proberen zich te houden aan lamgeslagen regels. Aida probeert tegen die regels in haar man en zonen te redden. Dat lukt niet.

Het ongemakkelijke gevoel dat mij tijdens het kijken bekroop was dat ik meer meeleefde met Aida’s gezin dan met alle anderen. Logisch, zo werkt film nu eenmaal, maar dacht ik: als deze mannen het redden, heeft de film dan een happy end? Vallen al die duizenden doden dan gevoelsmatig in het niet bij het viertal met wier lot regisseur Jasmila Zbanic me verbonden heeft? Het zijn van die vragen die je jezelf kunt stellen bij een film die vanwege het bekende verhaal alleen maar indringend en verbijsterend kan zijn.

Andere regisseurs zouden gestopt zijn bij de mitrailleurs of misschien bij Aida die later door de sporthal met uitgestalde menselijk resten loopt in de hoop alsnog haar geliefden terug te vinden. Zbanic maakt het de kijker niet makkelijk door haar ook naar het oude huis te laten gaan, waar inmiddels Serviërs wonen. Wat er dan gebeurt, moet u zelf maar gaan zien.

Ouderwets goed: Judas and the Black Messiah

Fred Hampton was 21 jaar oud toen hij door schietgrage FBI-agenten om het leven werd gebracht. De politicus van de Black Panther party in Chicago was erin geslaagd arme stedelingen van alle achtergronden te verenigen in een coalitie die door de machthebbers als staatgevaarlijk werd gezien. De film die over de laatste jaren van zijn leven gemaakt is, Judas and the Black Messiah, biedt dan ook een cocktail van politiek, een flintertje romantiek en harde actie. Een cocktail die uitstekend werkt.

Het verhaal wordt vooral verteld uit het perspectief van Bill O’Neill, een kleine crimineel die in ruil voor strafvermindering bij de Black Panthers infiltreert. Hij wordt gedwongen steeds verder te gaan, onder meer om geweld uit te lokken, zodat er een excuus is voor arrestaties. Dit perspectief voorkomt dat de film een hagiografie van Hampton wordt. Het is moeilijk geen enkele sympathie voor Bill te hebben en de gewelddadige kanten van de Black Panthers (ook in de onderlinge omgang) worden niet weggepoetst. Kortom, een fijne film, met een slot dat je verontwaardigd de bioscoop doet verlaten.

Nomadland, een hele lieve film

Als Frances McDormand niet de hoofdrol gespeeld had in Nomadland, een semi-documentaire over Amerikanen die met campers van baantje naar baantje trekken, dan zou het thema me waarschijnlijk niet aangetrokken hebben. En dan had ik wat gemist, want het is een hele lieve film in de sfeer van Nebraska en Straight Story, behalve dan dat een groot deel van de karakters zichzelf speelt. Dan had ik nooit kennis gemaakt met bijvoorbeeld de fantastische Linda May en Swankie.

Goede keus dus van regisseur Chloé Zhao om McDormand in te schakelen. De actrice past moeiteloos in het wereldje en zorgt voor iets van een rode draad in een plotloze film die niettemin geen moment verveelt. Er gebeurt weinig, maar je leert wel steeds nieuwe, aardige sappelaars kennen door de ogen van McDormand, die met Nomadland haar derde Oscar voor beste actrice binnensleepte. Nomadland is zo’n film die je niet kunt navertellen, maar waarvan je jaren later nog een warm gevoel krijgt als je eraan terugdenkt.