U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Film

Ergens in Tokio, een vervallen huis met zes mensen erin. Oma leeft van haar pensioen, maar onderhoudt daarmee ook haar zoon Osamu, die zijn baan als dagloner in de bouw is kwijtraakt na een enkelbreuk. Haar schoondochter Nobuyo verdient als wasvrouw, maar ook dat is van korte duur. Nichtje Aki, stripteasedanseres, woont er ook. Schooljongen Shota is als klein kind uit een auto gestolen door de kinderloze Osamu en Nobuyo. Kleuter Yuri is blauwbekkend op een balkon gevonden met brandplekken op haar arm.

Het is een volstrekt disfunctioneel gezin dat regisseur Hirokazu Kore-eda opvoert in Shoplifters. Osamu en Shota winkelen systematisch zonder te betalen. Oma perst de zoon van haar overleden man bij diens tweede vrouw af, omdat hij niet wil dat zijn vrouw weet dat hun dochter Aki helemaal niet studeert in Australië. Dat laatste wordt tussen de regels door verteld, zoals zoveel meer in het verhaal. Alle karakters hebben hun eigen motieven, maar ze houden op hun manier veel van elkaar.

Om alle subtiele aanwijzingen tot de kijker te laten doordringen houdt Kore-eda een rustig tempo aan, dat af en toe wel heel erg traag is. Tegen het einde komt het verhaal kortstondig in een stroomversnelling. Je moet goed opletten om te begrijpen waarom Aki als enige in het huis achterblijft. Daarna meandert Shoplifters kalmpjes naar het einde – een lieve film over mensen die het tegenzit in het leven maar die er nietttemin het beste van proberen te maken met elkaar.

Een man zet zijn koptelefoon op, weer af, weer op. Veel meer gebeurt er niet in Den Skyldige, een (alweer) ijzersterke Deense thriller. Oké, politieman Asger Holm slaag uit pure frustratie nog een toetsenbord aan diggelen. Maar de camera komt de twee ruimtes op de meldcentrale niet uit. De actie is buiten. Asger wil er iets aan doen. Maar hij kan niet van zijn plek.

Het begint als hij een melding krijgt van een vrouw. Ze doet alsof ze met haar dochtertje belt, maar wil alarm slaan omdat ze wordt ontvoerd. Via haar telefoonnummer achterhaalt Asger al snel wie ze is en wie de man is die haar voor het oog van haar kinderen heeft weggesleurd. Maar verder moet hij het overlaten aan de politiemensen in het veld. Die kunnen de auto niet vinden. De vrouw belt terug. Je voelt dat dit niet lang meer goed gaat (als u zich afvraagt waarom de kidnapper haar toestaat te bellen: wacht maar af).

Als kijker word je deelgenoot van Asgers frustratie. Net als hij beland je op het puntje van de stoel, je bewust van de dreigende situatie en even machteloos. Fantastisch acteerwerk ook van Jakob Cerdergren, die continu in beeld is en de film dus in zijn eentje moet dragen. Vet compliment ook voor het script van Emil Nygaard Albertsen en Gustav Möller. De laatste regisseerde ook de film, zijn eerste, die in dertien dagen werd opgenomen.

Toegegeven, ik heb geaarzeld bij Death of Stalin, de satirische film over de machtsstrijd binnen de Sovjet-Unie na de dood van de wereldrecordhouder massamoord. Grappen en grollen tegen de achtergrond van de willekeurige moordpartijen, kan dat eigenlijk wel? Het bijkt te kunnen, vooral omdat de humor nergens de gruwelen bagatelliseert, maar juist de cynische machinaties erachter accentueert.

In de hoofdrol zien we Steve Buchemi, die als Nikita Chroestsjov hetzelfde karakter neerzet als altijd: ongeduldig, bozig, zich wanhopig en gelaten afvragend waarom hij omgeven is door incompetente sukkels als Vyacheslav Molotov (Michael Palin, altijd in vorm als verstrooide wijfelkont). De enige ander in het politbureau die iets voorstelt is Lavrenti Beria (met duivels genoegen gespeeld door de vrij onbekende Simon Russell Beale). In de film wordt mooi duidelijk dat de machtsstrijd niet alleen tussen Chroestsjov en Beria gaat, maar ook tussen het leger en de geheime dienst.

Er wordt gesold met het lijk van Stalin, sprintjes getrokken om het eerst bij zijn dochter in het gevlei te komen – af en toe is de film regelrechte slapstick. Maar telkens weer als je geneigd zou kunnen zijn het te vergeten, drukt regisseur Armando Iannucci je met de neus op de feiten. Dat sprintje van zwaarlijvige mannen lijkt kinderachtig, maar het is een kwestie van leven of dood. De kleinste steek laten vallen en je hebt ineens een kogel in je hoofd, zoals Beria aan het eind ondervindt. Ja, er mag gelachen worden, maar niet zonder alles uiterst serieus te nemen.

Tonya Harding was de eerste Amerikaanse kunstrijdster die de driedubbele axel beheerste, maar is de geschiedenis ingegaan vanwege haar betrokkenheid bij een poging haar rivale Nancy Kerrigan het ziekenhuis in te slaan. Iedereen haat Tonya. Maar niet meer nadat je de biopic I, Tonya gezien hebt, gebaseerd op “wildly contradictory interviews” met de betrokkenen.

Tonya heeft niet de frêle elegantie die van kunstrijdsters verwacht wordt. Ze ziet eruit alsof ze dagelijks hout hakt, merkt haar coach op. Dat komt omdat ze iedere dag hout hakt, zegt haar moeder, een verschrikkelijk mens dat haar dochter mishandelt. Tonya vlucht het huis uit, trouwt jong. Haar man mishandelt haar ook. En dan klaagt dat nufje van een Kerrigan als ze ook eens een keer klappen krijgt. Terwijl Tonya niet beter weet dan dat die bij het leven horen.

Lees meerPrachtfilm: I, Tonya

Katharine Graham was de uitgeefster (en eigenaar) van The Washington Post ten tijde van de Pentagon Papers en Watergate. De eerste vrouwelijke CEO in de Fortune 500. Ze was weliswaar in de veertig toen ze aan het roer kwam, maar de krant was van haar vader geweest en ze bewoog zich haar hele leven al in de hoogste kringen in Washington. Formeel was ze misschien ‘huisvrouw’, maar in werkelijkheid natuurlijk een formidabele vrouw die zich door niemand de wet liet voorschrijven.

Daarom steekt het zo dat ze door Meryl Streep, in de verfilming van de affaire rond de Pentagon Papers, als een wijfelkont wordt neergezet. Er komen bijna traantjes aan te pas als ze het voortbestaan van de krant op het spel zet door tot publicatie over te gaan (The New York Times, die de primeur had, had op dat moment al een publicatieverbod). Zo zit een vrouw die gewend is met macht en machtigen om te gaan, niet in elkaar. De werkelijkheid was ook anders:

Lees meerMeryl Streep perst traantjes in The Post

Oorspronkelijk zou Kevin Spacey – onherkenbaar geschminkt – de rol van J Paul Getty spelen in All the Money in the World, maar nadat de acteur ge#metood werd, poetste regisseur Ridley Scott hem weg uit de reeds voltooide film en verving hem door Christopher Plummer. Die steelt meteen de show.

Het verhaal van de film is losjes gebaseerd op de ontvoering van de zestienjarige J Paul Getty III door de Italiaanse maffia in 1973. Zijn grootvader, op dat moment de rijkste man ter wereld, weigerde losgeld te betalen, omdat hij het risico te groot vond dat al zijn kleinkinderen ontvoerd zouden worden. Het plot is min of meer bekend dus, maar toch zit je twee uur op het puntje van je stoel.

Dat is voor een groot deel te danken aan de ijzersterk acterende Plummer, die een staalharde Getty neerzet. Hij wil zijn kleinzoon terug en zet zijn beste onderhandelaar erop, maar het mag geen geld kosten. Ook probeert hij de situatie te gebruiken om het voogdijschap over de kleinkinderen af te dwingen bij zijn voormalige schoondochter. Kortom, een ontzettende klootzak, maar wel de reden om deze film te gaan zien.

Het Indonesische eiland Sumba is geen tropisch paradijs. Je kunt je er in Zuid-Spanje wanen, of in Mexico. Lege heuvels begroeid met geel gras onder een verzengende zon. Op een afgelegen plek woont Marlina. Haar man is overleden. Ze heeft hem in dekens gewikkeld en in de hoek van de kamer gezet. Een man komt aanrijden op een motorfiets. Hij kondigt aan dat hij en zes maten haar vee gaan meenemen en haar verkrachten. In afwachting daarvan moet ze maar vast gaan koken voor haar gasten. Dat is wel zo fatsoenlijk.

Hoe het met die mannen afloopt verraadt de filmtitel Marlina the Murderer in four Acts al een beetje. Met het afgehakte hoofd van de bendeleider in een netje gaat Marlina vervolgens op weg naar het politiebureau om aangifte te doen van diefstal en verkrachting. Daarbij krijgt ze onder andere steun van een hoogzwangere vriendin, die … maar goed, laat ik niet alles verklappen.

Lees meerMarlina the Murderer, een feministische western uit Indonesië

Met alle Oscarnominaties kan u onmogelijk ontgaan zijn dat Three billboards outside Ebbing, Missouri het nodige applaus krijgt. Ik ging hem zien vanwege Frances McDormand, die een hele fijne actrice is. Ze is gewoon ontzettend goed in het neerzetten van eenvoudige mensen die er het beste van proberen te maken. Dat deed ze in een reeks Coen-films (ze is met getrouwd Joel), maar ook in Mississippi Burning en Moonrise Kingdom. Ze is altijd goed, maar krijgt niet vaak een hoofdrol, waardoor de meeste mensen haar vooral kennen als Marge Gunderson uit Fargo.

In Three Billboards is ze volop in beeld. En hoe. Het verhaal is simpel en niet eens zo heel relevant voor de voortgang van het verhaal. Mildreds dochter is verkracht en vermoord. De politie heeft geen dader kunnen vinden. Mildred start een vendetta tegen de politiechef, te beginnen met drie billboards waarop ze hem van laksheid beschuldigt. Daarna loopt het uit de hand. Niet op een manier die grotesk wordt, à la Tarantino zeg maar. Het blijft menselijk, maar dreigender en minder voorspelbaar.

Mildred heeft zich ergens in vastgebeten en iedere poging je los te rukken leidt tot harder toegeknepen kaken en een duisterder blik. Frances McDormand brengt het fenomenaal over. Tussendoor lacht ze vriendelijk, zoals ze dat in Fargo ook deed. Voor Marge Gunderson kreeg ze een Oscar. Een tweede voor Mildred zou meer dan verdiend zijn.

In de week dat Kazuo Ishiguro de Nobelprijs voor de literatuur won, ging ik naar de bioscoop voor Blade Runner 2049, het vervolg op de klassieke jarentachtigfilm. Die twee zaken hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Blade Runner is op het eerste gezicht een dystopische thriller. Om het zware werk op te knappen kweekt een bedrijf biologische androïden, ‘replicanten’, die na een bepaalde tijd “met pensioen gestuurd” worden. De eerste film draaide om een groepje tegendraadse replicanten, die helemaal niet op de vastgestelde datum doodgemaakt wilden worden. Blade runners zijn de premiejagers die hen opsporen en uitschakelen. In deze tweede film is er een gehoorzamer model. K is er zo een. Hij is zelf een blade runner, die oude modellen moet afmaken.

Lees meerKazuo Ishiguro en Blade Runner 2049

Saai zijn ze nooit, de films van Darren Aronofsky, al sinds zijn eerste, Pi, twintig jaar geleden. Je weet werkelijk nooit wat er precies aan de hand is. Dat geldt ook voor zijn jongste, Mother!, die helaas niet goed kan kiezen tussen horrorsprookje en bijbelse allegorie.

De horror is zo op het oog dik in orde. Niet al te snuggere, naamloze vrouw (Jennifer Lawrence) trekt in een verlaten huis met een eveneens naamloze getormenteerde schrijver (Javier Bardem) op wie ze ontzettend verliefd is, van wie je als bioscoopganger onmiddellijk weet: foute boel. Er komen ongenode gasten, er druipt bloed langs de muur. En het gaat van kwaad tot erger. Aronofsky houdt de camera dichtbij de fantastische acterende Lawrence, om haar ongemak en angst in het gezicht van de kijker te duwen.

Lees meerMother! hinkt op teveel gedachten


×