Recensies van populair-wetenschappelijke boeken

Portret van een groot zwijger

1104
Paul Dirac, een van de founding fathers van de kwantumtheorie, heeft eindelijk een fatsoenlijke biografie gekregen. Hij komt erin over als een gepantserd man, tot wie slechts weinigen doordrongen om er een loyale vriend te treffen.

Bristol aan het begin van de twintigste eeuw. De moeder, broer en zus van de jonge Paul Dirac (1902-1984) eten in de keuken. Paul zelf zit aan de dinertafel met zijn vader. Hij moet Frans spreken, de geboortetaal van zijn vader. Het lukt hem niet zo goed. Daarom krijgt hij straf. Hij mag niet van tafel, ook niet als hij moet overgeven – iets wat hem vanwege een maagziekte vaak overkomt. Dag in dag uit gaat het zo, jaar na jaar. Paul besluit dat hij het beste niets meer kan zeggen. Hij zwijgt.

En dat zou hij het grootste deel van zijn leven blijven doen, zwijgen, af en toe onderbroken door ‘ja’ of ‘nee’. Maar Graham Farmelo, die met ‘The strangest man’ de eerste fatsoenlijke biografie over de kwantumpionier schreef, ziet de tyrannieke vader niet als belangrijkste oorzaak van Diracs sociale handicap. Die lag in Dirac zelf. Farmelo, senior research fellow bij het Science Museum in Londen, vermoedt autisme.

Lees verder Portret van een groot zwijger

Wat de bits over ons zeggen

1045
De enorme informatieverwerkende mogelijkheden van computers hebben maatschappelijke consequenties, maar vrijwel niemand begrijpt goed wat die zijn, betogen drie ict-veteranen. We weten daarom niet of het digitale tijdperk goed voor ons is.

Op 19 september 2007 reed Tanya Rider nabij Seattle in een ravijn. Acht dagen lang hing ze ondersteboven in het wrak van haar auto, voordat reddingswerkers het recht hadden om haar gsm-gegevens op te vragen en haar te vinden.

Hal Abelson, Ken Ledeen en Harry Lewis beginnen hun boek ‘Blown to bits’ met dit voorbeeld om de mogelijkheden en complexiteit van het digitale bestaan aan te duiden. Tanya had een mobiele telefoon bij zich, waardoor de telefoonmaatschappij haar zou kunnen traceren tot op het moment dat het apparaat in de crash kapot ging. Toen Tanya’s echtgenoot Tom naar de politie stapte om haar verdwijning te melden, kon de politie echter niet zomaar het mobieltje traceren. Daar heeft ze namelijk het recht niet toe vanwege Tanya’s privacy. Pas toen ze na een week Tom begonnen te verdenken van een misdrijf, konden ze erbij en vonden zo Tanya, die zwaargewond was, maar het uiteindelijk wel overleefde.

Lees verder Wat de bits over ons zeggen

Een grabbelton van innovatieve ideeën

1030a
Guus Berkhout is vooral bekend als de hoogleraar die weigerde zijn rapport over geluidsoverlast door Schiphol onder politieke druk aan te passen. De hoogleraar akoestiek liet zich onlangs nog horen toen het verhaal de ronde deed dat geluidsnormen rond de luchthaven helemaal opgeheven zouden worden.

Berkhout is inmiddels hoogleraar innovatiemanagement aan de TU Delft. Samen met zijn Twentse collega Wim de Ridder, hoogleraar toekomstonderzoek, schreef hij het boek ‘Vooruitzien is regeren’. Daarin geven ze hun visie hoe Nederland door te innoveren tot de economische voorhoede kan blijven behoren. En passant schetsen ze ook een nieuw regeringsmodel.

Lees verder Een grabbelton van innovatieve ideeën

De wetenschap van het ongeluk

1029
Voor zo’n beetje alles wat fout kan gaan in een mensenleven bestaat een wetenschappelijke verklaring. Althans als je ‘undercover scientist’ Peter Bentley mag geloven.

De stapel boeken over de wetenschap van het dagelijkse leven is groot, dus je moet wel een fraaie nieuwe invalshoek bedenken, wil je als auteur er een nieuwe draai aan kunnen geven. Dat doet informaticus Peter Bentley, in het dagelijks leven werkzaam aan University College London. Hij schreef eerder ‘Why sh*t happens’ en herhaalt dat kunstje nu in ‘The undercover scientist’: kijk naar alles wat er mis kan gaan, want dat vinden mensen leuk.

Lees verder De wetenschap van het ongeluk

Technologie vraagt om een andere democratie

982a
Afgelopen zomer pleitte GroenLinks voor het uit voorzorg stopzetten van de verkoop van alle producten waar nanotechnologie aan te pas was gekomen zolang niet honderd procent vast staat dat ze ook op lange termijn onschadelijk zijn voor de gezondheid. Dat is natuurlijk één manier waarop de politiek met nieuwe technologische fenomenen om kan gaan. Het andere uiterste is alles maar laten gebeuren of zelfs signalen dat er iets mis zou kunnen zijn negeren vanwege bijvoorbeeld een economisch belang. Die houding heeft in het verleden tot menig milieuschandaal geleid.

Om tussen die twee uitersten door te laveren heeft Nederland een uitgebreid stelsel van adviesraden, overlegplatforms, delibererende politici, actiegroepen en wat dies meer zij. Toch bestaat er vaak nog onvrede over de gang van zaken. De democratie van ‘iedere belanghebbende mag zijn zegje doen’ leidt niet altijd tot de beste afweging. Daarom moet de technologische samenleving op een andere manier tegen democratie aankijken, betoogt de Amsterdamse filosoof dr. Huub Dijstelbloem in zijn boek ‘Politiek vernieuwen’.

Lees verder Technologie vraagt om een andere democratie

De naald achter het oog van Newton

974
Tien fraaie wetenschappelijke experimenten, van Galilei’s hellingbaan tot Millikans oliedruppels, heeft George Johnson verzameld. Aangenaam leesvoer, met een bizar experiment van Isaac Newton als hoogtepunt, maar niet meer dan dat.

In 1665 woedde de builenpest in Londen en omstreken. Iedereen met een greintje verstand ontvluchtte de stad, dus ook Isaac Newton, die zich terugtrok in het ouderlijke huis te Woolsthorpe in het noordoosten van Engeland. Daar werkte hij rustig verder aan onder meer zijn lichttheorie, niet alleen op papier maar ook middels allerlei experimenten.

Om te kijken of kleur soms een illusie was die door het oog werd opgewekt, nam Newton een botte houten naald en duwde die zo ver mogelijk tussen zijn oogbal en jukbeen door, om vervolgens onder diverse omstandigheden wat heen en weer te wrikken. Het leverde allerlei effecten op, die hem tot de conclusie brachten dat het oog niet veel anders was dan een lens. Daartoe sneed hij ook nog wat dierenogen in stukjes.

Lees verder De naald achter het oog van Newton

Google neemt het over van de hersenen

956
Informatie en rekenkracht worden net zo’n bulkgoed als elektriciteit, betoogt Nicholas Carr in ‘The big switch’. En vergeet je privacy maar.

Een paar jaar geleden schreef Nicholas Carr een artikel in Harvard Business Review, waarin hij betoogde dat informatietechnologie een verwaarloosbare invloed had gehad op de groei in productiviteit, onder meer omdat de winst die computers opleveren deels weggestreept kan worden tegen de kosten van al die mislukte it-projecten. Het leidde tot een boek, ‘Does IT matter?’, dat door recensenten de hemel in geprezen werd.

‘The big switch’ is Carrs tweede boek. Hierin kijkt hij niet terug, maar vooruit, naar een revolutie in it die volgens hem momenteel gaande is. Die beschrijft hij in een overtuigende stijl, zonder superlatieven of doemgedachten. En dat is bijzonder, want de meeste toekomstvoorspellers worden gedreven door een grondig optimisme of pessimisme.

Lees verder Google neemt het over van de hersenen

Het onmogelijke op een rijtje

945b
‘Physics of the impossible’ is een aardig overzicht van verschijnselen op het randje van wetenschap en science fiction. Maar het trucje is wel eens beter vertoond.

‘Physics of the impossible’ is bepaald niet het eerste boek dat de natuurkundige (on)mogelijkheden van science fiction films en boeken onder de loupe neemt. Maar de auteur, Michio Kaku, is hoogleraar theoretische fysica aan de City University of New York, televisiepresentator en bestseller auteur, dus het is de moeite waard eens te kijken hoe hij het aanpakt.

Systematisch, zo blijkt. Kaku onderscheidt drie klassen van oplopende onmogelijkheid. De eerste klasse is het grootst. Hierin zitten onder andere krachtvelden, telepathie, teleportatie en ufo’s – zaken die de natuurkunde niet uitsluit, maar die niet hoog op de lijst van waarschijnlijkheden staan.

Lees verder Het onmogelijke op een rijtje

Lees de gedachten van de hond of de robot

Automaten nemen steeds meer taken over van mensen. Niet zo gek dus dat apparaten steeds vaker ‘menselijke’ eigenschappen toebedacht krijgen. Maar wat zegt dat over de automaat? En over ons?

Al in de jaren zestig verklaarde een van de pioniers van de kunstmatige intelligentie, Joseph Weizenbaum, dat de vraag of computers konden denken niet een feitelijke vraag was, maar een ethische. Het gaat er niet om wat robots allemaal kunnen, maar of ze er verantwoordelijkheid voor dragen. Anders gezegd: enkele cruciale eigenschappen van de menselijke geest zitten niet in de die geest zelf, maar zijn een product van hoe we ertegenaan kijken.

Die discussie wil David McFarland dan ook niet voeren in ‘Guilty robots, happy dogs’. Het gaat weliswaar bijna helemaal over automaten, maar het eigenlijke onderwerp is het menselijke voorstellingsvermogen. Waarom schrijven we bepaalde eigenschappen van onszelf toe aan dieren en apparaten? McFarland, emeritus hoogleraar zoölogie te Oxford, is niet de eerste die deze vraag stelt, maar hij geeft wel een mooi overzicht van de antwoorden die in de loop der eeuwen de revue passeerden.

Lees verder Lees de gedachten van de hond of de robot

De mens moet op technodieet

927
Vroeger zette de natuur vanzelf een rem op onze consumptie: er was niet meer te eten dan we bij elkaar konden jagen of plukken. Dankzij de technologie is de rem weg en bijgevolg maken we het ecosysteem kapot.

‘Enough’ is, zoals de titel al suggereert, een ecoboek. De hoofdboodschap is dat we met z’n allen veel meer consumeren dan goed is voor onszelf en de aarde. Kortom, een lekker moraliserend werkje, maar wel met een analytische insteek en een visie op de rol van technologie als instrument waarmee de mens zichzelf voorbij kan hollen.

De mens heeft een natuurlijke hang naar steeds meer, redeneert John Naish, en dat is de afgelopen tienduizenden jaren een zeer succesvolle overlevingsstrategie geweest, omdat het maximale dat we met onze handen konden bereiken, nog onder het duurzame exploitatieniveau van de aarde zat. In de afgelopen eeuw hebben we, met name door de inzet van fossiele brandstoffen, de mogelijkheid verworven om de aarde uit te putten en ons brein kent geen mechanisme om daar een halt aan toe te roepen.

Lees verder De mens moet op technodieet