Kurt Gödel als dichter

000c05

Een paradox is een gedicht. Een paradox is een gedicht, omdat het een zoektocht is van woorden, verdwaald op weg naar de waarheid. Ergens aan de horizon glimt ze nog, die eeuwige waarheid, maar het prikkeldraad is onverzettelijk en de woorden staan daar maar zo’n beetje, op een afstandje kijkend naar het onbereikbare. Hun enige troost is de wetenschap dat de lezer met hen meeleeft, begrijpt waar ze zo graag heen hadden willen gaan, als de taal niet in haar taaiheid was gebleven. Daarom een gedicht.

De paradox spookt rond in het hoofd van de poète maudit die een rondje loopt door de lanen van Princeton. Het is augustus 1950 en hij heeft net een bezoek gebracht aan zijn goede vriend Albert Einstein, die met zijn hofhouding een eindje verderop woont. Zijn naam staat als getuige onder het testament van de man met de wilde haardos. Hij glimlacht flauwtjes. Lome, witte wolken hangen aan de lucht. Thuis wacht Adele op hem.

Lees verder Kurt Gödel als dichter

Van strip tot beeldroman

De ‘comic strip’ is een ‘graphic novel’ aan het worden. De veranderende terminologie verraadt de volwassenwording van een genre in de ogen van een establishment, in dit geval het literaire. Het is ook absoluut waar dat de uitdrukkingsvaardigheid van stripmakers in de afgelopen tien, twintig jaar rap is toegenomen. Maar de beeldroman is nog altijd zoekende.

'City of Glass' van Paul Auster, Paul Karasik en David Mazzucchelli

Lees verder Van strip tot beeldroman

Technologie prikkelt de fantasie

000c03
Striptekenaars zijn gedwongen er een sterke verbeelding op na te houden: hun medium dwingt hen immers tot visualiseren. Sinds Donald Duck en Kuifje is technologie als onderwerp verder gegroeid dan het techno-optimisme dat strips van de jaren vijftig en zestig kenmerkte. De kern is echter gebleven: vrijwel nergens uit de creativiteit zich zo uitbundig als in technologische fantasieën.

Toen elektrotechnisch ingenieur Yoko Tsuno in 1968 voor het eerst gestalte kreeg onder de pen van Roger Leloup, was ze in meerdere opzichten een unicum. Ten eerste was ze een vrouwelijke stripheld in een tijdperk waarin strips een vrijwel exclusief mannenuniversum vormden. Katrien Duck hield zich bij het traditionele rolpatroon, de paar vrouwen in Kuifje waren zonder uitzondering dommige wezens en de smurfen leefden zelfs in een totaal vrouwloze wereld (de smurfin deed later haar intrede). Verder had Yoko een kleurtje. Dat was ook op zijn zachtst gezegd bijzonder, aangezien zelfs de eenden van stripland tot het blanke bevolkingsdeel behoorden. Alleen Sjimmie (van Sjors) had ook een kleurtje, maar die was dan weer geen elektrotechnisch ingenieur.

Lees verder Technologie prikkelt de fantasie

Marcello en de verstilde Fellini’s

000c02
Marcello, natuurlijk moest Marcello de hoofdrol spelen in zijn nieuwste film. Of misschien was het wel een van zijn oudste, al sinds 1965 zat het verhaal van Giuseppe Mastorna in het hoofd van Federico Fellini, misschien zelfs langer, maar in elk geval schreef hij het in dat jaar op, in een gehuurde villa aan de Romeinse kust.

Het verhaal is kort maar het deugt, in alles verraadt het de hand die in La Dolce Vita een Christusbeeld hangend onder aan een helicopter de horizon tegemoet liet vliegen. Mastorna is een cellist die met zijn vliegtuig in zwaar weer terecht komt. Het toestel moet een noodlanding maken op het plein voor de Dom van Keulen, een mirakel dat de toeschouwer de Fellini-wereld binnensleurt.

Lees verder Marcello en de verstilde Fellini’s

De manipulaties van Memento

Vrouw wordt verkracht en vermoord. Haar man opent verbeten de jacht op de dader en neemt gruwelijk wraak. Het klinkt als een platte actiefilm met Jean-Claude van Damme en inhoudelijk gaat het ook niet erg diep, maar qua verteltechniek is Christopher Nolans Memento een gedenkwaardige stap in de kunst van het verhalen vertellen op een wit doek.

In Memento speelt Guy Pearce de rol van Leonard, een man die door hersenletsel zijn korte-termijngeheugen verloren heeft. Hij kan zich alles herinneren tot aan de dood van zijn vrouw. Alles daarna houdt hij hoogstens tien minuten vast. Hij houdt zich staande door polaroid-foto’s te nemen en daar aantekeningen op te maken. Zo weet hij wat zijn auto is, waar hij woont en dat hij zijn beste vriend Teddy (Joe Pantoliano) niet moet vertrouwen. De belangrijkste feiten laat hij op zijn lichaam tatoeëren. Iedere ochtend als hij in de spiegel kijkt, ziet hij het staan: ‘John G. verkrachtte en vermoordde mijn vrouw. Vind hem en dood hem.’

De film begint op het moment dat Leonard Teddy doodschiet. De scène daarna toont hoe Leonard op zijn polaroid de aantekening ziet dat Teddy in werkelijkheid John G. is. En zo volgt de film in scènes van telkens enkele minuten het spoor terug naar een ontknoping die toch nog verrassend is, vooral omdat de kijker dan pas beseft dat de beginscène die het einde van het verhaal is, nog geen definitieve punt hoeft te zetten achter Leonards zoektocht naar de moordenaar van zijn vrouw.

Lees verder De manipulaties van Memento

Een condoom met ringtone

000b20
Maffe uitvindingen, altijd leuk. De verzameling die Tom Quinn heeft samengebracht in ‘Science’s strangest inventions’ mist alle samenhang en diepgang, maar dat mag de pret niet drukken.

Een niet bij name genoemde uitvinder die rond 1880 in het toenmalige Wilde Westen leefde en kennelijk last had van muizen, gaat de geschiedenis in als de bedenker van een langwerpige houten doos met aan het ene uiteinde een zware revolver, gericht op het andere uiteinde. Knabbelt een knaagdier aan het stukje kaas, dan gaat de revolver af en krijgt het beestje een hoeveelheid lood op zich af waar ook een koe nog een zware schotwond aan over zou houden. De magnum muizenval zou nooit een succes worden, mede omdat het nog knap lastig bleek om de revolver zo te richten dat de kogel doel trof.

Of neem John Mackenzie, ook een Amerikaan, die in 1905 patent aanvroeg op de langspeelplaat van chocolade. Chocolade, zo betoogde de uitvinder in zijn patentaanvraag, was een geweldig materiaal, omdat je er goed platen van kon maken, die ook nog eens eetbaar waren. Kortom, dubbele functionaliteit. Dat die twee functionaliteiten elkaar ook een beetje uitsloten vond hij zelf geen bezwaar, maar anderen duidelijk wel, want de vergetelheid is Mackenzies lot geworden.

Lees verder Een condoom met ringtone

Kemphanen in de techniek

000b19
Gedreven pioniers zijn niet altijd aangenaam om mee om te gaan, maar leuk om over te lezen. ‘Great feuds in technology’ gaat over moeilijke mensen, die vastberaden hun uitvindingen aan de man brachten en vooral grootse octrooiduels uitvochten met hun rivalen.

Veel van de onderwerpen die Hal Hellman in zijn boek behandelt, zijn overbekend. De oorlog tussen Thomas Edison en George Westinghouse, bijvoorbeeld, over de vraag of gelijkstroom dan wel wisselstroom de standaard voor elektriciteitsvoorziening moest worden. Die ging op een gegeven moment zo ver dat Edison bij wijze van waarschuwing tegen wisselstroom tientallen honden en katten liet elektrocuteren. Toen aanwezige journalisten tegenwierpen dat het toch maar kleine beesten waren, kwamen er ook een kalf en een paard aan te pas.

Lees verder Kemphanen in de techniek

Vergeten vrouwen van de Verlichting

Dat vrouwen ook willen studeren, is op zich best grappig, maar het mag niet ten koste gaan van hun natuurlijke bestemming, de kinderen en het huishouden. Vrouwen die drie eeuwen geleden toch wilden studeren, moesten dat veelal anoniem doen of de credits aan anderen laten.

‘Had God intended Women merely as a finer sort of cattle, he would not have made them reasonable’, schreef de Britse Batshua Makin, activiste voor onderwijs aan vrouwen, in 1673. Het zou nog twee eeuwen duren voor vrouwen welkom waren op universiteiten, maar ondertussen zaten de navolgers van Makin niet stil. Noodgedwongen op de achtergrond speelden vrouwen niettemin een aanzienlijke rol in de wetenschap van de achttiende en negentiende eeuw.

Lees verder Vergeten vrouwen van de Verlichting

Het verbeten genie van Marie Curie

000b17
Marie Curie is de enige vrouw die twee keer de Nobelprijs won, in 1903 voor de ontdekking van radio-activiteit en in 1911 voor de ontdekking van radium en polonium. ‘Obsessive genius’ is een meer dan soepele biografie van de ‘Jeanne d’Arc van de natuurkunde’.

Een jaar of tien geleden besloten de nazaten van Pierre en Marie Curie het archief van hun ouders te schenken aan de Bibliothèque Nationale in Parijs. Die was uiteraard zeer vereerd, totdat erbij gezegd werd dat de papieren 75 jaar na dato nog behoorlijk radio-actief waren. De bibliothecarissen besloten daarom alle geschriften in plastic hoezen te stoppen, kennelijk in de gedachte dat ze op die manier gammastralen konden tegenhouden. Uiteindelijk kwam er een twee jaar durende schoonmaakoperatie aan te pas en nog steeds moesten bezoekers een papier tekenen dat de gezondheidsrisico’s voor hun eigen rekening kwamen, als ze het Curie-archief wilden inzien.

Lees verder Het verbeten genie van Marie Curie

Hoe Big Brother onze vriend werd

000b16
Zodra mensen gaan reflecteren op de alomaanwezigheid van camera’s, bestaat de neiging om klaagzangen over de teloorgang van de privacy ten beste te geven. Dat kan best wezen, zegt John McGrath, maar eigenlijk gaat die veronderstelling uit van een verouderd mensbeeld.

Bij de bestrijding van criminaliteit en terreur is een steeds grotere rol weggelegd voor de technologie. Mailtjes worden gescand, telefoons afgetapt, camera’s geplaatst. Vooral dat laatste wil nog wel eens onderwerp zijn van debat. Het merkwaardige feit doet zich namelijk voor dat steeds meer mensen op die invasie van hun privacy reageren met exhibitionisme. Met andere woorden: ze ontlenen er genoegen aan.

Lees verder Hoe Big Brother onze vriend werd