Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

019

De Turkse schrijver Orhan Pamuk heeft vandaag te horen gekregen dat zijn rechtszaak voorlopig verdaagd is. Hij zou zich moeten verantwoorden omdat iets hardop gezegd heeft dat nationalistische Turken liever niet horen, namelijk dat hun land verantwoordelijk is voor een van de grootste systematisch slachtpartijen van de moderne geschiedenis, die op de Armeniërs in 1915 (achtergrondinfo daarover hier).

Pamuk staat bekend om briljante, maar behoorlijk ingewikkelde romans, al worden zijn boeken in de loop der jaren steeds toegankelijker. ‘Sneeuw’, absoluut zijn belangrijkste tot nu toe, speelt zich af in Kars, in het Armeense gebied van Turkije. Tegen een decor van fundamentalisten, meisjes met hoofddoeken, een nationalistische staatsgreep en heel veel sneeuw probeert een schrijver zijn jeugdliefde terug te winnen. Boeiend in alle opzichten en bovendien een diepgaande zoektocht naar een moderne Turkse samenleving, die in de rechtszaak een fikse tegenslag heeft getroffen.

017

Onlangs verschenen twee verhalenbundels bij de Rotterdamse uitgeverij Douane. ‘Sub Urban’, verschenen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Passionate, bundelt twaalf jonge auteurs uit de stal van dat tijdschrift. ‘Vier Rotterdamse wintervertellingen’ bevat verhalen van vier (sic) auteurs, van wie er twee ook in de eerste bundel staan. Dat geeft al een beetje aan dat de bundels aan elkaar verwant zijn. Het zijn allemaal zeer aardse vertellingen, al verschillen ze onderling sterk.

Juist de twee ‘dubbelaars’ laten de uitersten zien. Laurens Abbink Spaink voert troosteloos geweld op, terwijl Sanneke van Hassel haast dromerig schrijft. Toch blijft er na lezing van beide bundels iets steken. Prima verhalen allemaal, niks aan op te merken, maar ook nogal risicoloos, zowel stilistisch als inhoudelijk. Iets meer lef had geen kwaad gekund bij een jonge garde die toch geacht mag worden de hemel te willen bestormen.

016a

ICT’ers doen het doorgaans niet zo goed als romanfiguren. Om eerlijk te zijn ken ik er maar één. Die heet Eug en is de hoofdpersoon in ‘De hondenkoning’ van Walter van den Berg. Eug beheert een productiestraat voor cd-roms bij een uitgeverij in Alphen aan den Rijn. Die productiestraat heeft hij zelf geprogrammeerd. In zijn vrije tijd heeft hij vage fantasieën over zijn veertienjarige buurmeisje, dat van zijn obsessie handig gebruik maakt. Elke dag zit Eug tot tien uur ‘s avonds te wachten of ze misschien langskomt om met de computer te spelen. Eug is, zeg maar, niet helemaal een doodgewone jongen.

Lees meer Doorgedraaide informatici

016

Nur Literatur in Off_Corso. Bewonderenswaardig hoe een podium zonder enige opschmuck – gewoon een paar schrijvers die voordragen achter een katheder – nog altijd een zaal volkrijgt. Drankje erbij en luisteren maar. Mooie mix ook van fris (Tjitske Jansen!) tot oud en der dagen zat (Frans Pointl). Frans besloot, toen hij tegen elven voor de tweede keer aan de beurt was, het bij een paar gedichten te houden. ‘Dan kan ik naar huis.’

Maar een van de leuke dingen is nou juist in Off_Corso te blijven hangen en zien hoe het publiek naar de nacht toe langzaam verandert, jonger wordt, meer dansbaar. Nooit geweten dat het image van de Insane Clown Posse inmiddels een inspiratie is voor de Rotterdamse nightcrowd.

012

Deze avond de première van de leukste productie in tijden uit de werkplaats van Lantaren/Venster gekomen is. Theatermaakster Shertise Solano maakte een combinatie van toneel en dans waarin Barbara Mullin en Çigdem Teke elkaar het leven zuur maken. Naar een verhalenbundel van Toon Tellegen. Met absurde dialogen, hilarische situaties en een tirade in het Turks over een komkommer. Jammer dat de voorstelling maar een paar dagen op de planken staat.

011

In Arminius vindt de afsluiting plaats van het Anna Blaman festival, een in hoog tempo uit de grond gestampt festival van twee weken rond de lesbische schrijfster die precies honderd jaar geleden geboren werd. Lezingen leren dat haar werk wellicht enigszins achterhaald is, maar dat ze als persoonlijkheid alle aandacht verdient: direct, uitgesproken en toch warm. Typisch Rotterdams, zeg maar. Aan het begin van de nacht ga ik door naar De Unie, waar Natasa en Nicole vanavond een eclectische mix aan elkaar dj’en.

Als De Unie dicht gaat, verkas ik met Victor naar De Consul aan de overkant om het over politiek te hebben. We weten dan nog niet dat Leefbaar Rotterdam volgens de laatste peiling negentien zetels haalt. Victor overweegt ook Pastors te stemmen. Ik vind dat uiteraard geen goed idee. De sfeer in de stad is al genoeg bedorven. Als dit nog vier jaar zo door gaat, komt de economie er nooit bovenop. Een stad die niet een beetje uitstraalt dat het er gezellig is, is nu eenmaal geen aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven en mensen met een hoger inkomen. Enfin, nog drie maanden te gaan tot de verkiezingen.

010

Soms zijn er van die tijden dat je elke film met een bepaalde acteur prachtig vindt. Een poos geleden was het Harvey Keitel, die met glansrollen in onder andere ‘Reservoir dogs’, ‘The bad lieutenant’, ‘The piano’ en ‘Pulp fiction’ werkelijk geen kwaad kon doen.

Op het moment is het Bill Murray. Eigenlijk speelt hij al sinds ‘Ghostbusters’ steeds dezelfde rol, maar die gaat hem naar mate hij ouder wordt steeds beter af. Sinds ‘Groundhog Day’ is hij de perfecte acteur voor de rol van cynische, weemoedige man die wacht op iemand om hem uit uit zijn cynisme te verlossen. Hij speelde hem prachtig in ‘Lost in translation’ en ‘The life aquatic’, en nu in ‘Broken flowers’. De laatste haalt het als film niet bij de eerste twee, maar Bill Murray legt zich er weer op sublieme wijze bij neer.

008

Richard Powers is een van de krachtigste Amerikaanse schrijvers van dit moment. Vandaag las ik ‘Three farmers on their way to a dance’ uit, dat al uit 1985 dateert. In feite zijn het drie novellen, die in de loop van het boek steeds sterker verweven raken.

Centraal staat een foto van de Duitse fotograaf August Sander uit 1914: drie boerenjongens, op hun paasbest gekleed, op weg naar een feest aan de vooravond van de eerste wereldoorlog. De roman doet voor fotografie wat Orhan Pamuks ‘My name is red’ doet voor de miniatuurkunst: onderzoeken wat de relatie tussen beeld en werkelijkheid is. Tegelijkertijd is het spannend genoeg om tussen de haast essayisitische passages door te blijven boeien.

Powers is voor mij als schrijver ook interessant omdat hij nadrukkelijk in technologie geïnteresseerd is. Een van de hoofpersonen in ‘Three farmers on their way to a dance’ is net als ik ICT-journalist en Powers roman ‘Galatea 2.2’ is verreweg de beste die ooit over het begrip ‘kunstmatige intelligentie’ geschreven is. In beide romans speelt Maastricht een belangrijke rol, wat voor een Nederlandse lezer ook de nodige herkenning oplevert.

007

Vanavond was er een literaire vesper in de Laurenskerk, nu eens niet voorgegaan door een dominee, maar door twee acteurs. Of eigenlijk was er toch een dominee, want het hart van de dienst was de door Titus Aris gloedvol voorgedragen preek van Vader Mapple uit ‘Moby Dick’ van Herman Melville over de profeet Jona, die aan Gods opdracht probeert te ontkomen door als vluchteling scheep te gaan. Ook erg mooi: in canon zingen van gezang 40 uit het liedboek voor de kerken en je dan realiseren hoe de melodie eerst deint, dan in een zware golf overboord spoelt en ten slotte wegsijpelt.

004

Na eindeloos bureaucratisch gedoe ging vanavond eindelijk het nieuwe pand open van Worm, de Rotterdamse broedplaats van avantgarde muziek en film. In het meer dan driehonderd jaar oude pand, ooit van de VOC en van Biotex, is zo’n beetje een heel nieuw pand gebouwd. Het is namelijk een monument, dus er mag nog geen spijker in de muur geslagen worden. Bijna alle materialen, van stijgerpijpen tot luchtbehandelingsinstallatie, sloopten de vrijwilligers van Worm uit panden in en om Rotterdam. Chapeau!

De opening was uiteraard geheel in Wormstijl, met een vage toespraak van de directeur en vreemde muziek (of wat daarvoor moet doorgaan). In elk geval bleef het tot in de zeer vroege uurtjes gezellig in Delfshaven.